Duur van de opleiding

Als ouder wilt u natuurlijk het liefst dat uw kind zo snel mogelijk veilig is in en rond het water. Dit is doelstelling nummer 1 in mijn zwemlessen.

Het lukt over het algemeen al vrij snel om een kind zelfstandig zonder bandjes een niet al te grote afstand te laten overbruggen met iets wat op zwemmen lijkt.

Maar grote afstanden zwemmen is een ander verhaal. Het is wel wat meer werk om een kind technisch goed te laten zwemmen.
Techniek is belangrijk als een kind voor grotere uitdagingen komt te staan in het leven, zoals een zwemparadijs met giga glijbanen en stroomversnellingen, de zee, een surfkamp,een zeilkamp, enz.
Maar ook een goede techniek (met zo min mogelijk inspanning een zo groot mogelijk resultaat halen) leer ik de kinderen in een overzienbare periode.

Omdat ik na 20 jaar prive zwemles geven aan kinderen (in alle soorten en maten, met en zonder gebruiksaanwijzing), heel goed weet hoe met ze om te gaan kan ik ze op een leuke, gezellige, gevarieerde en efficiente manier die vaardigheid bijbrengen. Veel kinderen vinden zwemmen zo leuk dat ze na het Zwem ABC, nog heel lang een vervolgtraject bij mij volgen.

De zwemopleiding kent in principe twee trajecten, namelijk:
Watervrij raken en het automatiseren van de motorische vaardigheden, idealiter gaat dit hand in hand.

Wat is watervrij?
Een kind is in ons vak “watervrij” wanneer hij of zij, zonder drijfmiddelen en zonder uw hulp:

a. Met het hoofd helemaal onder water durft. Dus niet alleen het gezichtje.
Het kind moet laten zien dat het om kan gaan met het volgende in het zwembad:
I. Water in de neus. Water kunnen uitblazen/snuiten. Onder water durven gaan zonder de neus dicht te knijpen.
II. Water in de ogen. Ogen open, ook zonder zwembrilletje of duikmasker.
III. Water in de mond/keel. Ineens een slok water in de mond/keel binnenkrijgen en weten dat het dit moet uitspugen/uitkuchen.
IV Water in de oren.
V Adem inhouden.
Kinderen moeten leren omgaan met water in het gezicht, neus, mond, oren en ogen. Dit mag niet leiden tot paniek, een kind moet deze situatie de baas zijn.
b. Van de kant af het water in durft te springen.
c. Durft te zinken/durft richting bodem durft te gaan.
d. Durft te drijven op de buik + e. Durft te drijven op de rug
f. Van buik op rug durft te draaien + g. Van rug op buik durft te draaien

Deze voorbereiding ( a. t/m g.) op het leren zwemmen kan door de ouders zelf worden gedaan.
Vanaf de babyleeftijd kan men hier thuis al mee beginnen: nat spetteren in het babybadje, samen met uw baby onder de douche, samen in de badkuip “waterspelletjes doen”en later spelen in het zwembad.
Als een kind bovenstaande durft, dan kunnen we stellen dat de basis voor het toepassen van zwemtechnieken is gelegd.
Wanneer een kind helemaal watervrij binnenkomt kan alle aandacht aan het aanleren van zwemtechnieken worden besteed.

Wat een kind idealiter zou moeten kunnen is a., b. en c.
Durft een kind dit de 1e zwemles nog niet, dan moet het in ieder geval de interne motivatie hebben om het te willen leren/proberen.
Onze zwemschool heeft geen groepjes waar kinderen de hele les alleen watervrij worden gemaakt en waar nog geen zwemtechnieken worden aangeleerd.
Bij onze zwemschool wordt meteen gestart met het aanleren van zwemtechnieken, het watervrij raken is dan geïntegreerd in onze verschillende lesonderdelen.
Hoewel kan worden gestart wanneer een kind nog niet geheel watervrij is, moet men er dan terdege rekening mee houden dat het aantal lessen dat normaliter staat voor het behalen van het diploma, wordt verlengd met de tijd die nodig is voor watervrij maken. Vandaar dat wij de ouders verzoeken om zelf ook regelmatig met hun kind naar het zwembad te gaan. Dit ter ondersteuning van de zwemles en om te voorkomen dat uw kind er onnodig langer over doet.

Wat zijn de motorische vaardigheden?:
Voor het A diploma betreft dit het aanleren van de zwemtechnieken:

● schoolslag
● rugslag
● borstcrawl
● rugcrawl
● watertrappen
● kledingzwemmen
● kopsprong
● onderwater zwemmen en aansluitend door een “gat” zwemmen
● een paar survivaltechnieken.
Dus veel meer dan de meeste ouders zelf hebben moeten doen voor hun A diploma destijds.

Wat betreft de motorische vaardigheden. Het helpt als u uw kind zo veel als mogelijk buiten laat spelen (rennen, klimmen, touwtje springen, balanceren, evenwicht, enz.).

Statistieken die ik bijhoud van al mijn leerlingen zeggen het volgende over het aantal klokuren voor het A diploma:

20 klokuren voor kinderen die:
– watervrij binnenkomen
– en geen struikelblokken hebben.

30 klokuren voor kinderen die:
– niet geheel watervrij binnenkomen (maar geen onoverkomelijke angsten hebben + die met hun ouders zeer regelmatig gaan vrijzwemmen om meer watervrij te raken)
– en/of 1 of meer struikelblokken hebben, die wel te corrigeren zijn tijdens mijn zwemles.

meer dan mijn gemiddelde van 30 klokuren voor kinderen die:
–  die niet geheel watervrij binnenkomen (en die hun angsten heel moeilijk of niet kunnen overwinnen + door omstandigheden zelden vrijzwemmen om meer watervrij te raken)
– en/of 1 of meer struikelblokken hebben, die heel moeilijk of niet te corrigeren zijn tijdens mijn zwemles (soms is hulp van een fysiotherapeut gewenst, soms is hulp van een andere specialist gewenst).

Wat kunnen die struikelblokken zijn?:
Bij de zwemles zijn o.a. de volgende factoren/struikelblokken van invloed op de duur van de opleiding:

1. Motoriek, denk aan o.a.:
● Moeite met de combinatie armen en benen bij de schoolslag.
● Moeite met de combinatie armen en benen de borst-/rugcrawl
● Moeite met het toepassen van ruimtelijke begrippen (onder, boven, naar voren, naar achteren, enz.) m.b.t. het eigen lichaam en/of de eigen lichaamsdelen, in het horizontale vlak. (De meeste andere sporten zijn in het verticale vlak.)
● Moeite met de beenslag bij de schoolslag en rugslag (de zogenaamde “kikkervoeten”).
● Moeite met de beenslag bij de borstcrawl en rugcrawl (het zogenaamde “flipperen”).

2. Leer- luisterhouding, denk aan o.a.:
● Moeite met iets nieuws aanleren.
● Moeite met onthouden.
● Moeite met concentreren/moeite met de aandacht erbij houden/snel afgeleid zijn.
● Zwakke motivatie/inzet.
● Moeite met verbanden leggen.

3. Gedrag, denk aan o.a.:
● Angsten: 1. reële angsten (bijv. verdrinken) + 2. irreële angsten (bijv. angst voor haaien in het zwembad, angst voor zwarte lijnen in het zwembad, enz.),
● Zeer nadrukkelijk aanwezig zijn/zeer veel aandacht vragen.
● Nog erg speels zijn/emotioneel nog jong zijn.
● Moeite met verandering (een andere kleur plankje, de ring die op een andere plek in het water ligt, enz.).

4. Belemmering o.a. door:
● ziekte
● handicap
● (gediagnosticeerde) stoornis
● traumatische ervaring

5. Continuiteit
De continuïteit is erg belangrijk (= tenminste 1 keer per week op les, geen grote gaten tussen de ene en de andere les).Uw kind volgt les 1. Bij les 2, komt er een schepje bovenop. Bij les 3 weer een schepje, enz.
Zit er een (groot) gat /zitten er grote gaten tussen de lessen, dan kan er vaak pas een schepje bovenop worden gedaan, als de laatstgevolgde les(sen) is opgefrist / zijn opgefrist.

Heeft een kind het A-diploma behaald, dan zijn voor het behalen van het B en C diploma minder lessen nodig.
● 7 klokuren is mijn gemiddelde voor het behalen van het B diploma ( als het A bij mij behaald is).
● 7 klokuren is mijn gemiddelde voor het C diploma (als het A en B bij mij behaald zijn).

Rekensommetje
In een kalenderjaar blijven 10 maanden oftewel 38 weken over waarin zwemles wordt gegeven.
Van de 52 weken vallen de volgende weken af: 6 weken zomervakantie, 1 week herfstvakatnie, 2 weken kerstvakantie, enz.
– 20 klokuren = 40 lessen van een half uur  (40 lessen : 38 weken = 1 kalenderjaar met 1x per week zwemles)
– 30 klokuren = 60 lessen van een half uur (60 lessen : 38 weken = 1½ kalenderjaar met 1x per week zwemles)
Er zijn vele varianten om 20 of 30 klokuren invulling te geven.
Mijn zwemles duurt een half uur.
Ik bied de mogelijkheid tot 2 of meerdere keren per week een les van een half uur, mits beschikbaar.

Opmerking 1
Ik neem het aanleren van een levensreddende vaardigheid niet licht op en doe geen concessies aan de juiste techniek.
Als u wilt dat uw kind uitstekend leert zwemmen dan durf ik die garantie te geven. Op een schaal van 1 t/m 10 lever ik de kinderen af vanaf cijfer 8 (dit is onafhankelijk bevestigd door de zwembond).
Ik doe niet aan “hakken over de sloot” afzwem niveau. Een kind moet het goed kunnen, tijdens een examen, maar ook het verdere leven. Als u een krappe voldoende ook goed genoeg vindt dan ben ik niet de geschikte zwemschool voor u.

Opmerking 2
In Nederland vallen zwemlesaanbieders onder vrije beroepen, dit houdt in dat iedereen zich zwemleraar/-lerares mag noemen en iedereen mag een zwemschool beginnen, de overheid houdt zich in deze volledig afzijdig. De branche probeert door middel van zelfregulering het een en ander in goede banen te leiden, maar slaagt daar ten dele in. Wij hebben gemerkt dat ouders over het algemeen het beeld hebben dat een zwemdiploma een officieel document is en dat de norm landelijk gelijk is en wordt gehandhaafd. Dit is echter niet het geval, het zwemdiploma zegt in de praktijk niet zoveel. Er zijn meerder soorten zwemdiploma’s, die door verschillende partijen worden uitgegeven. Het is aan de zwemschool hoe hoog de lat wordt gelegd voordat een kind kan afzwemmen.

Na al mijn jaren zwemles ervaring durf ik te stellen dat kinderen met geduldige ouders de beste resultaten halen, ouders die hun kinderen de tijd gunnen om zich te ontwikkelen. De bedoeling van zwemles en het  Zwem ABC is het opdoen van ervaring, het is geen race met klasgenoten/vriendjes wie het eerste zijn diploma heeft. Omdat de normering bij elke zwemschool anders ligt is het dus appels met peren vergelijken.
Aanleg speelt maar een heel kleine rol in het uiteindelijke resultaat, het gaat vooral gewoon om veel oefenen.

Opmerking 3
Maak het Zwem ABC compleet!
Het komt voor dat ouders besluiten om de opleiding voor het Zwem ABC niet af te maken. Echter juist het afmaken van de complete opleiding zorgt voor een veilige en goede zwemmer. Door de A-B-C opbouw van het Zwem ABC, wordt de leerling na ieder diploma weer wat vaardiger en dus ook veiliger. De verschillende zwemtechnieken worden bij elk opvolgend diploma meer en meer geautomatiseerd en verfijnd.

Met alleen het A diploma (of A + B) heeft uw kind NIET het predicaat Zwemveilig.
Stopt uw kind na A (of A+B), dan haakt het halverwege af.
Het einddoel van deze opleiding is het C diploma.
Het A en B zijn slechts logische tussenstapjes op weg naar het C diploma.
Uw kind krijgt het predicaat ZWEMVEILIG met het C diploma, dan is de basisopleiding afgerond.

“Pas als de opleiding voor het Zwem-ABC voltooid is, zijn kinderen veilig en staan zij hun mannetje in en rond het water. 
– Met het A-diploma kan een kind zich redden in een rustig zwembad.
– Een B-diploma is goed voor het volle woensdagmiddagbad.
– Met een C-diploma kan een kind zijn mannetje staan in zwemparadijzen met gigantische glijbanen, wildwaterbanen, enz.
(Bron: BREZ)

De zee blijft onvoorspelbaar en verraderlijk, ook voor volwassenen! Denk aan  zeilkamp, surfkamp, duiken, enz. Vandaar dat ik zelfs een treetje hoger ga en adviseer om na het ZWEM ABC (de basisopleiding), tenminste nog 1 ronde door te gaan met mijn vervolgprogramma, ter verdieping en verrijking, maar ook om de vaardigheden van het Zwem ABC vast te houden. Zeker wanneer uw kind na het Zwem ABC zelden baantjes trekt en het zwemmen slechts beperkt blijft tot een vakantie.