Programma voor kinderen vanaf 4 jaar + 9 maanden

De zwemles voor het Zwem ABC is om verschillende redenen vanaf 5 jaar. Hier gaan de overige pagina’s van deze website over. Als ouders het zelf graag willen, wijk ik af van de leeftijd van 5 jaar en kunnen kinderen beginnen met onderstaand programma.

PROGRAMMA: BEENSLAGEN
– Startleeftijd:  vanaf 4 jaar + 9 maanden.
Dat is meestal 1 plaatsingsronde voor het 5e jaar *) .
Dat zijn ± 7 uur / ± 14 lessen / ± 3  á 4 maanden voor het 5e jaar.
– Het betreft schoolslag, rugslag, borstcrawl, en rugcrawl: alleen de beenslagen.
Opmerking: De rugslag is bij het Zwem ABC per definitie alleen beenslag.

– Als uw kind 5 jaar is, gaat het werken met het programma voor 5  jarigen voor het Zwem ABC. Dan leert uw kind naast de beenslagen ook de armslagen (oftwel:
 combinatie armen + benen). Dit uiteraard eerder, als uw kind aan mij laat zien dat het daar motorisch aan toe is.
– Inschrijven: vanaf 4 jaar.
– Voor alle duidelijkheid: het is geen programma watervrij maken. Wat op het gebied van watervrijheid geldt voor 5-jarigen, geldt ook voor kinderen vanaf 4 jaar + 9 maanden. Dit kunt u lezen bij “duur van de opleiding”, “wat is watervrij”. Klik hier voor: “duur van de opleiding”, “wat is watervrij”.

*) Er is 3 keer per jaar een plaatsingsrondes: 1) april, 2) meteen na de zomervakantie en 3) december.

– Graag  op het INSCHRIJFFORMULIER (bij opmerkingen) vermelden dat u wilt beginnen met  het programma beenslagen.
– Ook op het inschrijfformulier aanvinken of u uw kind, NA HET PROGRAMMA BEENSLAGEN, inschrijft voor: A diploma, A+B diploma of  het Zwem ABC.

KANTTEKENINGEN BIJ PROGRAMMA BEENSLAGEN (punt 1 t/m 6):
1.
Als u regelmatig verzuimt, werkt dit programma niet.
2. Het is belangrijk dat de kinderen enigszins watervrij zijn. Watervrij maken kan de ouder zelf doen.
3. Het is belangrijk dat de kinderen om kunnen gaan met uitgestelde aandacht. Het is niet de bedoeling dat een 4 jarige on-evenredig veel aandacht krijgt ten opzichte van de andere 2 kinderen in het groepje. Is dit wel het geval dan is het programma beenslagen alleen mogelijk met 1-op-1 les.
4.  Een apart programma voor kinderen vanaf 4 jaar + 9 maanden omdat:
– motorische ontwikkeling (zie **),
– leer-/luister-/werkhouding,
– gedrag,
– automatiseren,
– kracht,
– doorzettingsvermogen,
– opname capaciteit, enz.
over het algemeen nog niet dat van een 5-jarige zijn.
Bij jonge kinderen kunnen 3 a 4 maanden verschil maken.

Vandaar: Alle info over “duur van de opleiding” voor het Zwem ABC gaat uit van start op 5-jarige leeftijd, met dienovereenkomstige ontwikkeling op alle gebied. 
5. De teller voor het A diploma, gaat lopen als uw kind met het 5-jarigen programma start.
Men kan de 4 jarige lessen niet “sec” optellen bij de lessen van het 5-jarigen traject.
Sowieso omdat uw kind tot het 5e jaar uitsluitend met beenslagen bezig is en nog niet met de combinatie van armen + benen. Maar ook omdat de ervaring heeft laten zien, dat in dit vakgebied, het leereffect van een 4 jarige o.h.a. de helft is van het leereffect van een 5 jarige. Een kind van 4 jaar is o.h.a. algemeen speelser, luistert o.h.a. nog minder goed, enz. dan een kind van 5 jaar! ”Grofweg” zou je kunnen zeggen: Een 4-jarige-les telt als een halve les van een 5 jarige, vanwege motorische ontwikkeling, leer-/luister-/werkhouding, gedrag, automatiseren, kracht, doorzettingsvermogen, opname capaciteit, enz. 
6.
De weg naar het A diploma, zal voor kinderen die ongeveer 7 uur = 14 lessen het programma beenslagen hebben gevolgd, sneller gaan dan bij kinderen die nog helemaal geen beenslagen hebben geoefend. Hoeveel sneller verschilt per kind.

Klik hier voor : “duur van de opleiding”, “statistieken Zwem ABC”.

**) MOTORISCHE ONTWIKKELING JONGE KINDEREN IN RELATIE TOT ZWEMSLAGEN:
Bent u geïnteresseerd  Lees meer


Jonge kinderen zijn o.h.a. nog niet toe aan het uitvoeren van meerdere complexe bewegingen in een strak bewegingsverloop. Dit heeft te maken met:
Nog (sterk) in de symmetriefase “hangen” en nog niet (volledig) gekruist zijn van hun middenas/middenlijn: links-rechts en onder-boven.
De verschillende lichaamshelften willen o.h.a. nog dezelfde beweging maken (denk aan: met 2 handen een beker vasthouden, met 2 handen een bal werpen). Hierdoor is het voor hen o.h.a. lastig om met hun verschillende lichaamshelften (onder, boven, links, rechts) afzonderlijke bewegingen te maken (denk aan: touwtje springen)

ZWEM ABC IN RELATIE TOT MOTORISCHE ONTWIKKELING EN ZWEMSLAGEN:

Schoolslag

Wat de schoolslag lastig maakt is dat 2 lichaamshelften een andere beweging moeten maken.
Dat is A-symmetrie onder en boven (armen en benen). Lastig als je nog in symmetrie hangt.

Borst- en rugcrawl
Wat de borst- en rugcrawl lastig maakt is is dat 4 lichaamshelften een andere beweging moeten maken.
Dat is A-symmetrie onder en boven (armen en benen) en A-symmetrie links en rechts (armen en benen).
Lastig als je nog in symmetrie hangt.


Zwem ABC: opbouw in moeilijkheid 
(voorbeeld borstcrawl)
– A examen (= beginners borstcrawl):  Kind moet focussen op 1 lichaamshelft: 1) goede beenbeweging .
– B examen (= tussenvorm borstcrawl):  Kind moet focussen op 2 lichaamshelften: 1) goede beenbeweging en 2) goede armbeweging
– C examen (= C niveau borstcrawl):  Kind moet focussen op 3 “lichaamshelften”: 1) goede beenbeweging, 2) goede armbeweging en 3) goede hoofdbeweging/ademhaling

WAAROM GEKOZEN VOOR EEN PROGRAMMA MET JUIST ALLEEN DE BEENSLAGEN ?
– Het kind hoeft zich bij de 4 verschillende zwemslagen alleen te focussen op 1 lichaamshelft, te weten de benen.
– Liever 1 lichaamshelft met een goede techniek, dan 2 lichaamshelften met een niet-efficiente techniek en bewegingsverloop.
– Een goede beenslag is meer dan het halve werk. Kijk naar de enkelvoudige rugslag, hier komen geen armen aan te pas.